Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:43

[1] DeHEERE regeert; laten de volken sidderen. Hij troont tussen de cherubs; laat de aarde beven.

[2] DeHEERE is groot in Sion, Híj is verheven boven alle volken.

[3] Laten zij Uw grote en ontzagwekkende Naam loven. Heilig is Hij.

[4] Loof de macht van de Koning, Die het recht liefheeft. Ú hebt een billijk bestuur gevestigd, Ú hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.

[5] Roem deHEERE , onze God; buig u neer voor de voetbank van Zijn voeten. Heilig is Hij.

[6] Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, Samuel onder wie Zijn Naam aanriepen; zij riepen tot deHEERE en Híj verhoorde hen.

[7] Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen in acht genomen en de verordeningen die Hij hun had gegeven.

[8] HEERE , onze God, Ú hebt hen verhoord; U bent voor hen een vergevend God geweest, hoewel U wraak oefende over hun daden.

[9] Roem deHEERE , onze God; buig u neer voor Zijn heilige berg, want heilig is deHEERE , onze God.

Psalmen — Chapters