[1] DeHEERE regeert; laten de volken sidderen. Hij troont tussen de cherubs; laat de aarde beven.
[2] DeHEERE is groot in Sion, Híj is verheven boven alle volken.
[3] Laten zij Uw grote en ontzagwekkende Naam loven. Heilig is Hij.
[4] Loof de macht van de Koning, Die het recht liefheeft. Ú hebt een billijk bestuur gevestigd, Ú hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
[5] Roem deHEERE , onze God; buig u neer voor de voetbank van Zijn voeten. Heilig is Hij.
[6] Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, Samuel onder wie Zijn Naam aanriepen; zij riepen tot deHEERE en Híj verhoorde hen.
[7] Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen in acht genomen en de verordeningen die Hij hun had gegeven.
[8] HEERE , onze God, Ú hebt hen verhoord; U bent voor hen een vergevend God geweest, hoewel U wraak oefende over hun daden.
[9] Roem deHEERE , onze God; buig u neer voor Zijn heilige berg, want heilig is deHEERE , onze God.