Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:43

[1] Een lofzang van David. Mijn God en Koning, ik zal U roemenqac alephqac* en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.

[2] Iedere dag zal ik U lovenqac bethqac* en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.

[3] DeHEERE is groot en zeer te prijzen,qac gimelqac* Zijn grootheid is niet te doorgronden.

[4] Generatie op generatie zal Uw werken roemen,qac dalethqac* zij zullen Uw machtige daden verkondigen.

[5] Ik zal spreken van de heerlijke glorie van Uw majesteit,qac heqac* en van Uw wonderlijke daden.

[6] Zij zullen de kracht van Uw ontzagwekkende daden in herinnering roepen;qac wawqac* Uw grootheid, die zal ik vertellen.

[7] Zij zullen de mond doen overvloeien van de gedachtenis aan Uw grote goedheid,qac zainqac* en vrolijk zingen van Uw gerechtigheid:

[8] Genadig en barmhartig is deHEERE ,qac chethqac* geduldig en groot aan goedertierenheid.

[9] DeHEERE is voor allen goed,qac tethqac* Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken.

[10] Al Uw werken zullen U loven,HEERE ;qac jodqac* Uw gunstelingen zullen U danken.

[11] Zij zullen de heerlijkheid van Uw Koninkrijk in herinnering roepenqac kaphqac* en van Uw macht spreken,

[12] om de mensenkinderen Zijn machtige daden bekend te maken,qac lamedqac* de glorierijke heerlijkheid van Zijn Koninkrijk.

[13] Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen,qac memqac* Uw heerschappij omvat alle generaties.

[14] DeHEERE ondersteunt allen die vallen,qac samechqac* Hij richt alle gebogenen op.

[15] De ogen van allen wachten op U,qac ainqac* U geeft hun hun voedsel op zijn tijd.

[16] U doet Uw hand openqac peqac* en verzadigt al wat leeft, naar Uw welbehagen.

[17] DeHEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen,qac tsadeqac* goedertieren in al Zijn werken.

[18] DeHEERE is allen nabij die Hem aanroepen,qac kophqac* allen die Hem in waarheid aanroepen.

[19] Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen,qac resjqac* Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

[20] DeHEERE bewaart allen die Hem liefhebben,qac sjinqac* maar alle goddelozen vaagt Hij weg.

[21] Mijn mond zal van de lof van deHEERE spreken,qac tawqac* alle vlees zal Zijn heilige Naam loven, voor eeuwig en altijd.

Psalmen — Chapters