Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:33

[1] Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering van God, Hij oordeelt te midden van de goden:

[2] Hoelang zult u onrechtvaardig oordelen en de goddelozen bevoordelen? Sela

[3] Doe recht aan de geringe en de wees, bewijs de ellendige en de arme gerechtigheid.

[4] Bevrijd de geringe en de arme, ontruk hem aan de hand van de goddelozen.

[5] Zij weten niets en begrijpen niets, zij wandelen steeds in de duisternis rond; daarom wankelen alle fundamenten van de aarde.

[6] Ík heb wel gezegd: U bent goden, u bent allen zonen van de Allerhoogste;

[7] toch zult u sterven als een mens, zoals iedere andere vorst zult u vallen.

[8] Sta op, o God, oordeel de aarde, want Ú bezit alle volken.

Psalmen — Chapters