Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:05

[1] Toen Israël uit Egypte trok, het huis van Jakob uit een volk met een vreemde taal,

[2] werd Juda Zijn heiligdom, Israël Zijn koninklijk bezit.

[3] De zee zag het en vluchtte, de Jordaan deinsde achteruit,

[4] de bergen sprongen op als rammen, de heuvels als lammeren.

[5] Wat was er, zee, dat u vluchtte, Jordaan, dat u achteruit deinsde?

[6] Wat was er, bergen, dat u opsprong als rammen, en u, heuvels, als lammeren?

[7] Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heere, voor het aangezicht van de God van Jakob,

[8] Die de rots veranderde in een waterplas, hard gesteente in een waterbron.

Psalmen — Chapters