Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:11

[1] Een psalm van David. DeHEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

[2] DeHEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion en zegt: Heers te midden van Uw vijanden.

[3] Uw volk is zeer gewillig op de dag van Uw kracht, getooid met heilig sieraad; uit de baarmoeder van de dageraad is voor U de dauw van Uw jeugd.

[4] DeHEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.

[5] De Heere is aan Uw rechterhand, Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn.

[6] Hij spreekt recht onder de heidenvolken, vult het slagveld met dode lichamen en verplettert hem die het hoofd is over een groot land.

[7] Hij drinkt onderweg uit de beek, daarom heft Hij Zijn hoofd omhoog.

Psalmen — Chapters