Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:32

[1] Een gouden kleinood van David, voor de koorleider, op ‘Richt niet te gronde’; toen Saul dienaren gezonden had om het huis van David te bewaken en hem te doden.

[2] Red mij van mijn vijanden, mijn God, zet mij in een veilige vesting voor wie tegen mij opstaan.

[3] Red mij van wie onrecht bedrijven, verlos mij van de mannen van bloed.

[4] Want zie, zij leggen een hinderlaag voor mijn ziel, sterke mannen scholen tegen mij samen,HEERE , zonder overtreding of zonde van mijn kant;

[5] zij komen aansnellen en maken zich gereed, zonder misdaad van mijn kant. Word wakker, kom mij tegemoet, en zie.

[6] Ja U,HEERE , God van de legermachten, God van Israël, ontwaak om al deze heidenvolken te straffen; wees niemand genadig van wie trouweloos onrecht bedrijven.Sela

[7] Tegen de avond keren zij terug, zij grommen als honden en trekken de stad rond.

[8] Zie, hun mond vloeit over; zwaarden komen van hun lippen. Want, denken zij, wie hoort het?

[9] Maar U,HEERE , U lacht om hen, U bespot alle heidenvolken.

[10] Tegenover zijn macht wacht ik op U, want God is mijn veilige vesting.

[11] Mijn goedertieren God zal mij te hulp komen, God zal mij op mijn belagers doen neerzien.

[12] Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het; doe hen rondzwerven door Uw kracht, werp hen neer, Heere, ons schild,

[13] om de zonde van hun mond, om het woord van hun lippen. Laat hen gevangen worden in hun trots, om de vervloeking en om de leugen die zij vertellen.

[14] Vernietig hen in Uw grimmigheid, vernietig hen, zodat zij er niet meer zijn; laat hun weten dat God Heerser is in Jakob, ja, tot aan de einden der aarde.Sela

[15] Laat hen dan tegen de avond terugkeren, laat hen grommen als honden en de stad rondtrekken.

[16] Laat hen zelf rondzwerven op zoek naar voedsel, laat hen overnachten, al zijn zij niet verzadigd.

[17] Ik echter zal van Uw macht zingen en 's morgens vrolijk zingen van Uw goedertierenheid. Want U bent voor mij een veilige vesting geweest, een toevlucht in de dagen dat angst mij benauwde.

[18] Voor U, mijn kracht, zal ik psalmen zingen, want God is mijn veilige vesting, mijn goedertieren God.

Psalmen — Chapters