Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:27

[1] Halleluja! Loof de Naam van deHEERE , loof Hem, dienaren van deHEERE ,

[2] u, die staat in het huis van deHEERE , in de voorhoven van het huis van onze God.

[3] Loof deHEERE , want deHEERE is goed; zing psalmen voor Zijn Naam, want die is lieflijk.

[4] Want deHEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israël als Zijn persoonlijk eigendom.

[5] Want ík weet: deHEERE is groot; onze Heere gaat alle goden te boven.

[6] Al wat deHEERE behaagt, doet Hij, in de hemel en op de aarde, in de zeeën en alle diepe wateren.

[7] Hij doet dampen opstijgen van het einde der aarde, Hij maakt de bliksemflitsen bij de regen, Hij brengt de wind uit Zijn schatkamers naar buiten.

[8] Hij trof de eerstgeborenen in Egypte, van de mens af tot het vee toe.

[9] Hij zond tekenen en wonderen in uw midden, Egypte, aan de farao en al zijn dienaren.

[10] Hij versloeg vele volken en doodde machtige koningen:

[11] Sihon, de koning van de Amorieten, en Og, de koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaän.

[12] Hun land gaf Hij als erfelijk bezit, als erfelijk bezit aan Zijn volk Israël.

[13] HEERE , Uw Naam bestaat voor eeuwig; De gedachtenis aan U,HEERE , is van generatie op generatie.

[14] Want deHEERE zal Zijn volk recht verschaffen en het zal Hem berouwen over Zijn dienaren.

[15] De afgoden van de heidenvolken zijn zilver en goud, werk van mensenhanden.

[16] Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet.

[17] Zij hebben oren, maar horen niet; er is zelfs geen adem in hun mond.

[18] Laat wie ze maken hun gelijk worden, al wie op hen vertrouwt.

[19] Huis van Israël, loof deHEERE ; huis van Aäron, loof deHEERE .

[20] Huis van Levi, loof deHEERE ; u die deHEERE vreest, loof deHEERE .

[21] Geloofd zij deHEERE vanuit Sion, Hij Die in Jeruzalem woont. Halleluja!

Psalmen — Chapters