Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:08

[1] Een psalm van David. DeHEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.

[2] Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.

[3] Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam.

[4] Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

[5] U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders; U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.

[6] Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven. Ik zal in het huis van deHEERE blijven tot in lengte van dagen.

Psalmen — Chapters