Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:17

[1] Halleluja! Zing voor deHEERE een nieuw lied, Zijn lof zij in de gemeente van Zijn gunstelingen.

[2] Laat Israël zich verblijden in zijn Maker, laten de kinderen van Sion zich verheugen over hun Koning.

[3] Laten zij Zijn Naam loven in reidans, voor Hem psalmen zingen met tamboerijn en harp.

[4] Want deHEERE is Zijn volk goedgezind, Hij zal de zachtmoedigen aanzien geven met heil.

[5] Laten Zijn gunstelingen om die eer opspringen van vreugde, laten zij vrolijk zingen op hun slaapplaatsen.

[6] Gods lofzangen klinken uit hun mond, een tweesnijdend zwaard is in hun hand,

[7] om wraak te oefenen over de heidenvolken, bestraffingen over de natiën,

[8] om hun koningen te binden met ketenen en hun aanzienlijken met ijzeren boeien,

[9] om het beschreven recht aan hen te voltrekken. Dát zal de glorie van al Zijn gunstelingen zijn. Halleluja!

Psalmen — Chapters