Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 0:57

[1] Een pelgrimslied, van Salomo. Als deHEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan; als deHEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.

[2] Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat, laat opblijft, brood eet waarvoor u moet zwoegen: deHEERE geeft het Zijn beminde in de slaap.

[3] Zie, kinderen zijn het eigendom van deHEERE , de vrucht van de schoot is Zijn beloning.

[4] Zoals pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.

[5] Welzalig de man die zijn pijlkoker daarmee gevuld heeft; zij worden niet beschaamd, als zij met de vijanden spreken in de poort.

Psalmen — Chapters