Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:16

[1] Een lied, een psalm, van de zonen van Korach.

[2] DeHEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad van onze God, op Zijn heilige berg.

[3] Mooi van ligging, een vreugde voor heel de aarde, is de berg Sion aan de noordzijde, de stad van de grote Koning!

[4] God is in haar paleizen; Hij is er bekend als een veilige vesting.

[5] Want zie, koningen hadden zich verzameld, zij waren samen opgetrokken.

[6] Zodra zij de stad zagen, waren zij verbijsterd, zij werden door schrik overmand, zij haastten zich weg.

[7] Huiver greep hen daar aan, smart als van een barende vrouw.

[8] Met een oostenwind breekt U de schepen van Tarsis stuk.

[9] Zoals wij het gehoord hadden, zo hebben wij het gezien in de stad van deHEERE van de legermachten, in de stad van onze God: God zal haar stand doen houden tot in eeuwigheid.Sela

[10] O God, wij gedenken Uw goedertierenheid in het midden van Uw tempel.

[11] Zoals Uw Naam is, o God, zo is Uw roem, tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol gerechtigheid.

[12] Laat de berg Sion zich verblijden; laat de dochters van Juda zich verheugen omwille van Uw oordelen.

[13] Ga rondom Sion en loop eromheen, tel haar torens,

[14] richt uw hart op haar vestingwal, kijk nauwkeurig naar haar paleizen om het aan de volgende generatie te vertellen.

[15] Want deze God is onze God, eeuwig en altijd; Híj zal ons leiden tot de dood toe.

Psalmen — Chapters