Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:12

[1] Een lied, een psalm, voor de koorleider. Juich voor God, heel de aarde!

[2] Zing psalmen voor Zijn heerlijke Naam, geef Hem lof en eer.

[3] Zeg tegen God: Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken! Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen.

[4] Laat heel de aarde zich voor U neerbuigen en voor U psalmen zingen, laat zij voor Uw Naam psalmen zingen.Sela

[5] Kom en zie Gods daden; ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.

[6] Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet door de rivier gegaan; daar hebben wij ons in Hem verblijd.

[7] Hij heerst eeuwig met Zijn macht, Zijn ogen houden de wacht over de heidenvolken. Laten de opstandigen zich niet verheffen.Sela

[8] Loof, volken, onze God; laat het geluid van Zijn roem horen,

[9] Die onze ziel weer het leven geeft, en niet toelaat dat onze voet wankelt.

[10] Want U hebt ons beproefd, o God, U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.

[11] U had ons in het net gebracht, U had een knellende band om ons middel gelegd,

[12] U had de sterveling over ons hoofd doen rijden. Wij waren in het vuur en in het water gekomen, maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.

[13] Ik zal met brandoffers Uw huis binnengaan; ik zal aan U mijn geloften nakomen,

[14] die mijn lippen hebben geuit en mijn mond heeft uitgesproken in mijn nood.

[15] Brandoffers van mestvee zal ik U brengen, samen met de offergeur van rammen; ik zal runderen met bokken als offer bereiden.Sela

[16] Kom, luister, allen die God vrezen, en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

[17] Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd geroemd door mijn tong.

[18] Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heere zou mij niet hebben gehoord.

[19] Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd, Hij heeft acht geslagen op mijn luide gebed.

[20] Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen, en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden.

Psalmen — Chapters