Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:32

[1] Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

[2] Alle volken, klap in de handen; juich voor God met luide vreugdezang.

[3] Want deHEERE , de Allerhoogste, is ontzagwekkend, een groot Koning over de hele aarde.

[4] Hij onderwerpt volken aan ons, Hij brengt natiën onder onze voeten.

[5] Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit: de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad.Sela

[6] God vaart op onder gejuich, deHEERE vaart op onder bazuingeschal.

[7] Zing psalmen voor God, zing psalmen, zing psalmen voor onze Koning, zing psalmen,

[8] want God is Koning over heel de aarde; zing psalmen met een onderwijzing.

[9] God regeert over de heidenvolken; God zit op Zijn heilige troon.

[10] De edelen van de volken voegen zich bij het volk van de God van Abraham; want de schilden van de aarde zijn van God. Hij is zeer hoog verheven!

Psalmen — Chapters