Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:12

[1] Een psalm van David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom.

[2] HEERE , hoe talrijk zijn mijn tegenstanders; velen staan tegen mij op.

[3] Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God.Sela

[4] U echter,HEERE , bent een schild voor mij, mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.

[5] Met mijn stem riep ik tot deHEERE , en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg.Sela

[6] Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte, want deHEERE ondersteunde mij.

[7] Ik vrees niet voor tienduizenden van het volk, die zich aan alle kanten tegen mij opstellen.

[8] Sta op,HEERE , verlos mij, mijn God, want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen, de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.

[9] Het heil is van deHEERE ; Uw zegen is over Uw volk.Sela

Psalmen — Chapters