Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:53

[1] De HEERE regeert, laat de aarde zich verheugen en vele kustlanden zich verblijden.

[2] Wolken en donkerheid zijn rondom Hem, gerechtigheid en recht zijn het fundament van Zijn troon.

[3] Vuur gaat voor Zijn aangezicht uit en zet rondom Zijn tegenstanders in vlam.

[4] Zijn bliksemflitsen verlichten de wereld, de aarde ziet ze en beeft.

[5] De bergen smelten als was voor het aangezicht van deHEERE , voor het aangezicht van de Heere van heel de aarde.

[6] De hemel verkondigt Zijn gerechtigheid en alle volken zien Zijn heerlijkheid.

[7] Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen en zich op de afgoden beroemen. Buig u voor Hem neer, alle goden.

[8] Sion heeft het gehoord en zich verblijd, de dochters van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen,HEERE .

[9] Want U,HEERE , bent de Allerhoogste over de hele aarde, U bent zeer hoog verheven boven alle goden.

[10] U die deHEERE liefhebt, haat het kwade. Hij bewaart de ziel van Zijn gunstelingen, Hij redt hen uit de hand van de goddelozen.

[11] Licht is gezaaid voor de rechtvaardige en blijdschap voor de oprechten van hart.

[12] Rechtvaardigen, verblijd u in deHEERE ; loof Hem ter gedachtenis aan Zijn heiligheid.

Psalmen — Chapters