Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:04

[1] Loof deHEERE , want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[2] Loof de God der goden, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[3] Loof de Heere der heren, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[4] Die grote wonderen doet, Hij alleen, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[5] Die de hemel met inzicht maakte, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[6] Die de aarde boven het water uitspande, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[7] Die de grote lichten maakte, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[8] de zon tot heerschappij over de dag, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[9] de maan en sterren tot heerschappij over de nacht, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[10] Die de Egyptenaren trof in hun eerstgeborenen, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[11] en Israël uit hun midden uitleidde, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[12] met sterke hand en met uitgestrekte arm, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[13] Die de Schelfzee in tweeën deelde, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[14] en Israël er middendoor deed gaan, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[15] maar de farao met zijn leger in de Schelfzee stortte, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[16] Die Zijn volk door de woestijn leidde, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[17] Die grote koningen versloeg, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[18] en machtige koningen doodde, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[19] Sihon, de koning van de Amorieten, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[20] en Og, de koning van Basan, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[21] Hij gaf hun land als erfelijk bezit, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[22] als erfelijk bezit aan Zijn dienaar Israël, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[23] Die aan ons dacht in onze nederige staat, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

[24] en ons aan onze tegenstanders ontrukte, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[25] Die aan alle vlees voedsel geeft, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

[26] Loof de God van de hemel, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

Psalmen — Chapters