Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:45

[1] Een psalm van David. DeHEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? DeHEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben?

[2] Toen kwaaddoeners op mij afkwamen, om mij levend te verslinden – mijn tegenstanders en mijn vijanden – struikelden zij zelf en vielen.

[3] Al belegerde mij een leger, mijn hart zou niet vrezen; al brak er een oorlog tegen mij uit, toch vertrouw ik hierop.

[4] Eén ding heb ik van deHEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van deHEERE , al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van deHEERE te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel.

[5] Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut op de dag van het onheil. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots.

[6] Nu heft mijn hoofd zich omhoog boven mijn vijanden, die mij omringen. Ik zal in Zijn tent offers brengen onder geschal van trompetten; ik zal zingen, ja, ik zal psalmen zingen voor deHEERE .

[7] Hoor,HEERE , mijn stem als ik roep; wees mij genadig en antwoord mij.

[8] Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt: Zoek Mijn aangezicht. Ik zóek Uw aangezicht,HEERE ,

[9] verberg Uw aangezicht niet voor mij. Wijs Uw dienaar niet af in toorn, U bent mijn hulp geweest; laat mij niet in de steek en verlaat mij niet, o God van mijn heil.

[10] Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar deHEERE zal mij aannemen.

[11] HEERE , leer mij Uw weg, leid mij op een geëffend pad omwille van mijn belagers.

[12] Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders, want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan en mensen die briesen van geweld.

[13] Als ik toch niet had geloofd dat ik de goedheid van deHEERE zou zien in het land van de levenden, ik was vergaan.

[14] Wacht op deHEERE , wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op deHEERE .

Psalmen — Chapters