Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:17

[1] Voor de koorleider, over Jeduthun, van Asaf, een psalm.

[2] Mijn stem klinkt tot God en ik roep, mijn stem klinkt tot God en Hij zal mij aanhoren.

[3] Op de dag van mijn benauwdheid zocht ik de Heere, mijn hand was 's nachts uitgestrekt en verslapte niet, mijn ziel weigerde getroost te worden.

[4] Dacht ik aan God, dan kermde ik; peinsde ik, dan bezweek mijn geest.Sela

[5] U hield mijn ogen wakend, ik was verontrust en sprak niet.

[6] Ik overdacht de dagen vanouds, de jaren van vroegere eeuwen.

[7] Ik dacht aan mijn snarenspel, 's nachts peinsde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:

[8] Zou de Heere dan in alle eeuwigheid verstoten en voortaan niet meer goedgezind zijn?

[9] Houdt Zijn goedertierenheid voor altijd op? Komt aan Zijn toezegging een einde, van generatie op generatie?

[10] Heeft God vergeten genadig te zijn? Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten?Sela

[11] Toen zei ik: Dit krenkt mij, maar de rechterhand van de Allerhoogste verandert.

[12] Ik zal de daden van deHEERE gedenken, ja, ik zal denken aan Uw wonderen van oudsher.

[13] Ik zal al Uw werken overdenken en over Uw daden spreken.

[14] O God, Uw weg is in het heiligdom. Wie is een God zo groot als God?

[15] U bent de God Die wonderen doet, U hebt Uw macht bekendgemaakt onder de volken.

[16] U hebt Uw volk door Uw sterke arm verlost, de nakomelingen van Jakob en van Jozef.Sela

[17] De wateren zagen U, o God, de wateren zagen U, zij beefden, ook de diepe wateren sidderden.

[18] De wolken goten water uit, de hemel gaf geluid, ook vlogen Uw pijlen overal heen.

[19] Het geluid van Uw donder klonk in het rond, de bliksemflitsen verlichtten de wereld, de aarde sidderde en beefde.

[20] Uw weg was door de zee, Uw pad door grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.

[21] U leidde Uw volk als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.

Psalmen — Chapters