Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:28

[1] Halleluja! Welzalig de man die deHEERE vreest,qac alephqac* die grote vreugde vindt in Zijn geboden.qac bethqac*

[2] Zijn nageslacht zal machtig zijn op aarde,qac gimelqac* het geslacht van de oprechten zal gezegend worden.qac dalethqac*

[3] In zijn huis zal bezit en rijkdom zijn,qac heqac* zijn gerechtigheid houdt voor eeuwig stand.qac wawqac*

[4] Voor de oprechten gaat het licht op in de duisternis.qac zainqac* Hij is genadig en barmhartig en rechtvaardig.qac chethqac*

[5] Goed gaat het een man die zich ontfermt en uitleent,qac tethqac* hij behartigt zijn zaken volgens het recht.qac jodqac*

[6] Voorzeker, hij zal voor eeuwig niet wankelen,qac kaphqac* de rechtvaardige zal eeuwig in gedachtenis blijven.qac lamedqac*

[7] Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen,qac memqac* zijn hart is standvastig, hij vertrouwt op deHEERE .qac nunqac*

[8] Zijn hart wordt ondersteund, hij zal niet bevreesd zijn,qac samechqac* totdat hij de val van zijn tegenstanders ziet.qac ainqac*

[9] Hij deelt mild uit, hij geeft aan de armen,qac peqac* zijn gerechtigheid houdt voor eeuwig stand,qac tsadeqac* zijn hoorn zal met eer opgeheven worden.qac kophqac*

[10] De goddeloze zal het zien en toornig worden,qac resjqac* knarsetandend zal hij wegteren.qac sjinqac* Wat de goddelozen verlangen, zal vergaan.qac tawqac*

Psalmen — Chapters