Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 5:40

[1] Een psalm van David. Ontsteek niet in woede over de kwaaddoeners,qac alephqac* benijd niet wie onrecht doen.

[2] Want als gras zullen zij snel verdorren, als groene grasscheutjes zullen zij verwelken.

[3] Vertrouw op deHEERE en doe het goede;qac bethqac* bewoon de aarde en voed u met trouw.

[4] Schep vreugde in deHEERE , dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt.

[5] Wentel uw weg op deHEERE qac gimelqac* en vertrouw op Hem: Híj zal het doen.

[6] Hij zal uw gerechtigheid tevoorschijn doen komen als het morgenlicht, uw recht doen stralen als de middagzon.

[7] Zwijg voor deHEERE qac dalethqac* en verwacht Hem; ontsteek niet in woede over hem wiens weg voorspoedig is, over een man die listige plannen uitvoert.

[8] Laat uw woede bedaren en laat uw grimmigheid varen;qac heqac* ontsteek niet in woede – het brengt slechts kwaad.

[9] Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden, maar wie deHEERE verwachten, die zullen de aarde bezitten.

[10] Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn;qac wawqac* u zult op zijn plaats letten, maar hij zal er niet wezen.

[11] Maar de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten en vreugde scheppen in grote vrede.

[12] De goddeloze bedenkt snode plannen tegen de rechtvaardige,qac zainqac* hij knarsetandt over hem.

[13] De Heere lacht hem uit, want Hij ziet dat zijn dag komt.

[14] De goddelozen hebben het zwaard getrokkenqac chethqac* en hun boog gespannen, om de ellendige en de arme neer te vellen, om af te slachten wie oprecht wandelen.

[15] Hun zwaard zal in hun eigen hart dringen, hun bogen zullen gebroken worden.

[16] Het weinige dat de rechtvaardige heeft,qac tethqac* is beter dan de overvloed van vele goddelozen.

[17] Want de armen van de goddelozen worden gebroken, maar deHEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

[18] DeHEERE kent de dagen van de oprechten,qac jodqac* hun erfelijk bezit zal voor eeuwig blijven.

[19] Zij worden niet beschaamd ten tijde van onheil, in dagen van honger worden zij verzadigd.

[20] Maar de goddelozen komen om;qac kaphqac* de vijanden van deHEERE zijn als het kostbaarste van de lammeren: zij verdwijnen, in rook zullen zij verdwijnen.

[21] De goddeloze leent en betaalt niet terug,qac lamedqac* maar de rechtvaardige ontfermt zich en geeft.

[22] Want wie door Hem zijn gezegend, zullen de aarde bezitten; maar wie door Hem zijn vervloekt, worden uitgeroeid.

[23] De voetstappen van die man worden door deHEERE vastgezet,qac memqac* Hij vindt vreugde in zijn weg.

[24] Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen, want deHEERE ondersteunt zijn hand.

[25] Ik ben jong geweest, ik ben ook oud geworden,qac nunqac* maar ik heb de rechtvaardige nooit verlaten gezien, of zijn nageslacht op zoek naar brood.

[26] De hele dag ontfermt hij zich en leent uit, en zijn nageslacht is tot zegen.

[27] Keer u af van het kwade, doe het goedeqac samechqac* en bewoon de aarde voor eeuwig.

[28] Want deHEERE heeft het recht lief en zal Zijn gunstelingen niet verlaten; voor eeuwig worden zij bewaard, maar het nageslacht van de goddelozen wordt uitgeroeid.

[29] De rechtvaardigen zullen de aarde bezitten en voor eeuwig daarop wonen.

[30] De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid tot uiting,qac peqac* zijn tong spreekt het recht.

[31] De wet van zijn God is in zijn hart; zijn schreden wankelen niet.

[32] De goddeloze loert op de rechtvaardigeqac tsadeqac* en probeert hem te doden,

[33] maar deHEERE geeft hem niet over in zijn hand en verklaart hem niet schuldig, wanneer hij geoordeeld wordt.

[34] Wacht op deHEERE qac kophqac* en houd u aan Zijn weg. Dan zal Hij u verheffen om de aarde te bezitten; u zult zien dat de goddelozen worden uitgeroeid.

[35] Ik heb een gewelddadige goddeloze gezien,qac resjqac* die zich wijd vertakte als een bladerrijke inheemse boom.

[36] Maar hij ging voorbij, en zie, hij was er niet meer; ik zocht hem, maar hij was niet te vinden.

[37] Let op de vrome en zie naar de oprechte,qac sjinqac* want het einde van die man zal vrede zijn.

[38] Maar de overtreders worden tezamen weggevaagd, het einde van de goddelozen wordt afgesneden.

[39] Maar het heil van de rechtvaardigen komt van deHEERE ,qac tawqac* hun kracht ten tijde van benauwdheid.

[40] DeHEERE zal hen helpen en hen bevrijden; Hij zal hen bevrijden van de goddelozen en hen verlossen, want zij hebben tot Hem de toevlucht genomen.

Psalmen — Chapters