Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:58

[1] Een psalm van David. Tot U,HEERE , hef ik mijn ziel op,qac alephqac*

[2] mijn God, op U vertrouw ik;qac bethqac* laat mij niet beschaamd worden, laat mijn vijanden niet van vreugde over mij opspringen.

[3] Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd;qac gimelqac* beschaamd worden zij die zonder reden trouweloos handelen.

[4] HEERE , maak mij Uw wegen bekend,qac dalethqac* leer mij Uw paden.

[5] Leid mij in Uw waarheid en leer mij,qac he, wawqac* want U bent de God van mijn heil; U verwacht ik de hele dag.

[6] Denk aan Uw barmhartigheid,HEERE , en Uw goedertierenheid,qac zainqac* want die zijn van eeuwigheid.

[7] Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd of aan mijn overtredingen;qac chethqac* denkt U aan mij naar Uw goedertierenheid, omwille van Uw goedheid,HEERE .

[8] Goed en waarachtig is deHEERE ,qac tethqac* daarom onderwijst Hij zondaars in de weg.

[9] Hij leidt zachtmoedigen in het recht,qac jodqac* Hij leert zachtmoedigen Zijn weg.

[10] Alle paden van deHEERE zijn goedertierenheid en trouwqac kaphqac* voor wie Zijn verbond en Zijn getuigenissen in acht nemen.

[11] Omwille van Uw Naam,HEERE ,qac lamedqac* vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.

[12] Wie is de man die deHEERE vreest?qac memqac* Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen.

[13] Zijn ziel overnacht in het goede,qac nunqac* zijn nageslacht zal de aarde bezitten.

[14] Vertrouwelijk gaat deHEERE om met wie Hem vrezen,qac samechqac* Zijn verbond maakt Hij hun bekend.

[15] Mijn ogen zijn voortdurend gericht op deHEERE ,qac ainqac* want Hij bevrijdt mijn voeten uit het net.

[16] Wend U tot mij en wees mij genadig,qac peqac* want ik ben eenzaam en ellendig.

[17] De benauwdheden van mijn hart hebben zich wijd uitgestrekt,qac tsadeqac* bevrijd mij uit mijn angsten.

[18] Zie mijn ellende en mijn moeite,qac resjqac* neem weg al mijn zonden.

[19] Zie mijn vijanden, want zij worden talrijk, zij haten mij met een dodelijke haat.

[20] Bewaar mijn ziel en red mij;qac sjinqac* laat mij niet beschaamd worden, want tot U heb ik de toevlucht genomen.

[21] Laat oprechtheid en vroomheid mij beschermen,qac tawqac* want ik verwacht U.

[22] O God, verlos Israël uit al zijn benauwdheden.

Psalmen — Chapters