Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 0:57

[1] Een pelgrimslied. Uit de diepten roep ik tot U, oHEERE ;

[2] Heere, hoor naar mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op mijn luide smeekbeden.

[3] Als U,HEERE , op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal staande blijven?

[4] Maar bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.

[5] Ik verwacht deHEERE , mijn ziel verwacht Hem en ik hoop op Zijn woord.

[6] Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.

[7] Laat Israël hopen op deHEERE , want bij deHEERE is goedertierenheid en bij Hem is veel verlossing.

[8] Ja, Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Psalmen — Chapters