Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 19:40

[1] Welzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet van deHEERE gaan.

[2] Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen, die Hem met heel hun hart zoeken,

[3] die ook geen onrecht bedrijven, maar in Zijn wegen gaan.

[4] HEERE , Ú hebt geboden om Uw bevelen ten zeerste in acht te nemen.

[5] Och, waren mijn wegen zo vast om Uw verordeningen in acht te nemen!

[6] Dan zou ik niet beschaamd worden, als ik oog zou hebben voor al Uw geboden.

[7] Ik zal U loven met een oprecht hart, wanneer ik Uw rechtvaardige bepalingen geleerd heb.

[8] Ik zal Uw verordeningen in acht nemen, verlaat mij niet geheel en al. beth

[9] Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord.

[10] Ik zoek U met heel mijn hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

[11] Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.

[12] Geloofd zij U,HEERE , leer mij Uw verordeningen.

[13] Ik heb met mijn lippen verteld al de bepalingen van Uw mond.

[14] In de weg van Uw getuigenissen verblijd ik mij meer dan in alle bezit.

[15] Ik overdenk Uw bevelen en heb oog voor Uw paden.

[16] Ik verblijd mij in Uw verordeningen, Uw woord vergeet ik niet. gimel

[17] Wees goed voor Uw dienaar, dan zal ik leven en Uw woord in acht nemen.

[18] Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.

[19] Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden niet voor mij.

[20] Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar Uw bepalingen, te allen tijde.

[21] U bestraft de vervloekte hoogmoedigen, die van Uw geboden afdwalen.

[22] Wentel smaad en verachting van mij af, want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen.

[23] Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken, overdacht Uw dienaar Uw verordeningen.

[24] Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap, zij zijn mijn raadgevers. daleth

[25] Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

[26] Ik heb U mijn wegen verteld en U hebt mij verhoord; leer mij Uw verordeningen.

[27] Geef mij inzicht in de weg van Uw bevelen, dan zal ik Uw wonderen overdenken.

[28] Mijn ziel weent tranen van verdriet; richt mij op overeenkomstig Uw woord.

[29] Laat de weg van de leugen van mij wijken, schenk mij genadig Uw wet.

[30] Ik heb de weg van de waarheid gekozen, Uw bepalingen heb ik mij voor ogen gesteld.

[31] Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; HEERE , beschaam mij niet.

[32] Ik zal de weg van Uw geboden lopen, wanneer U mijn hart verruimd hebt. he

[33] HEERE , leer mij de weg van Uw verordeningen, en ik zal die in acht nemen tot het einde toe.

[34] Geef mij inzicht, dan zal ik Uw wet in acht nemen; ja, ik zal mij er met heel mijn hart aan houden.

[35] Doe mij treden op het pad van Uw geboden, want daarin vind ik vreugde.

[36] Neig mijn hart naar Uw getuigenissen en niet naar winstbejag.

[37] Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is; maak mij levend door Uw wegen.

[38] Bevestig Uw belofte aan Uw dienaar, die Uw vreze is toegedaan.

[39] Wend van mij af de smaad, waarvoor ik beducht ben, want Uw bepalingen zijn goed.

[40] Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid. waw

[41] Laat Uw blijken van goedertierenheid over mij komen,HEERE , Uw heil overeenkomstig Uw belofte.

[42] Dan heb ik hem die mij hoont iets te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

[43] Ontruk het woord van de waarheid niet geheel en al aan mijn mond, want ik hoop op Uw bepalingen.

[44] Dan zal ik steeds Uw wet in acht nemen, voor eeuwig en altijd.

[45] Ik zal wandelen op ruime baan, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

[46] Ook zal ik voor koningen spreken over Uw getuigenissen en mij niet schamen.

[47] Ik verblijd mij in Uw geboden, die ik liefheb.

[48] Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb, en overdenk Uw verordeningen. zain

[49] Denk aan het woord gesproken tot Uw dienaar, waarop U mij deed hopen.

[50] Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.

[51] De hoogmoedigen hebben mij ten zeerste bespot, toch ben ik van Uw wet niet afgeweken.

[52] Ik heb gedacht aan Uw oordelen van oude tijden af,HEERE , en heb mij getroost.

[53] Grote verontwaardiging heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

[54] Uw verordeningen zijn mijn gezangen geweest op de plaats waar ik vreemdeling was.

[55] HEERE , 's nachts heb ik aan Uw Naam gedacht en ik heb Uw wet in acht genomen.

[56] Dat is aan mij gebeurd, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb. cheth

[57] DeHEERE is mijn deel, ik heb gezegd dat ik Uw woorden in acht zal nemen.

[58] Ik heb met heel mijn hart getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen; wees mij genadig overeenkomstig Uw belofte.

[59] Ik heb mijn wegen overdacht, en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.

[60] Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld Uw geboden in acht te nemen.

[61] Benden goddelozen hebben mij omringd, toch heb ik Uw wet niet vergeten.

[62] Midden in de nacht sta ik op om U te loven voor Uw rechtvaardige bepalingen.

[63] Ik ben een metgezel van allen die U vrezen en die Uw bevelen in acht nemen.

[64] HEERE , de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw verordeningen. teth

[65] U bent goed voor Uw dienaar geweest,HEERE , overeenkomstig Uw woord.

[66] Leer mij goed onderscheiden en kennen, want ik heb in Uw geboden geloofd.

[67] Voordat ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu neem ik Uw woord in acht.

[68] U bent goed en U doet goed, leer mij Uw verordeningen.

[69] Hoogmoedigen hebben mij met leugens besmeurd, maar ík neem Uw bevelen met heel mijn hart in acht.

[70] Hun hart is zo ongevoelig als vet, maar ík verblijd mij in Uw wet.

[71] Het is goed voor mij dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw verordeningen zou leren.

[72] De wet uit Uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud of zilver. jod

[73] Uw handen hebben mij gemaakt en bereid; geef mij inzicht, zodat ik Uw geboden leer.

[74] Wie U vrezen, zien mij en verblijden zich, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

[75] Ik weet,HEERE , dat Uw oordelen rechtvaardig zijn en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt.

[76] Laat toch Uw goedertierenheid er zijn om mij te troosten, overeenkomstig Uw belofte aan Uw dienaar.

[77] Laat Uw barmhartigheid over mij komen, dan zal ik leven, want Uw wet is mijn bron van blijdschap.

[78] Laten de hoogmoedigen beschaamd worden, die mij neerdrukten met leugen, maar ík overdenk Uw bevelen.

[79] Laten zich tot mij keren wie U vrezen en wie Uw getuigenissen kennen.

[80] Laat mijn hart oprecht zijn in Uw verordeningen, dan zal ik niet beschaamd worden. kaph

[81] Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil, op Uw woord heb ik gehoopt.

[82] Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte, terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten?

[83] Want ik ben geworden als een leren zak in de rook, maar Uw verordeningen heb ik niet vergeten.

[84] Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer zult U gericht oefenen over mijn vervolgers?

[85] De hoogmoedigen hebben kuilen voor mij gegraven en dat is niet overeenkomstig Uw wet.

[86] Al Uw geboden zijn betrouwbaar; met leugen vervolgen zij mij, help mij!

[87] Zij hebben mij op de aarde bijna vernietigd, maar ík heb Uw bevelen niet verlaten.

[88] Maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid; dan zal ik het getuigenis van Uw mond in acht nemen. lamed

[89] Voor eeuwig,HEERE , staat Uw woord vast in de hemel.

[90] Uw trouw duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.

[91] Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan, want zij alle zijn Uw dienaren.

[92] Als Uw wet niet mijn bron van blijdschap geweest was, dan was ik in mijn ellende vergaan.

[93] Ik zal Uw bevelen voor eeuwig niet vergeten, want daardoor hebt U mij levend gemaakt.

[94] Ik ben de Uwe, verlos mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

[95] Goddelozen hebben op mij geloerd om mij om te brengen; ik let op Uw getuigenissen.

[96] Aan alles, hoe volmaakt ook, heb ik een einde gezien; maar alleen Uw gebod is onbegrensd. mem

[97] Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking.

[98] Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden, want zij zijn voor eeuwig bij mij.

[99] Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking.

[100] Ik heb meer inzicht dan de ouderen, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.

[101] Ik heb mijn voeten weerhouden van alle slechte paden, opdat ik mij aan Uw woord zal houden.

[102] Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen, want Ú hebt mij onderwezen.

[103] Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond.

[104] Door Uw bevelen krijg ik inzicht, daarom haat ik elk leugenpad. nun

[105] Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

[106] Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen: ik zal Uw rechtvaardige bepalingen in acht nemen.

[107] Ik ben ten zeerste verdrukt; HEERE , maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

[108] Aanvaard toch,HEERE , de vrijwillige gaven van mijn mond, en leer mij Uw bepalingen.

[109] Mijn leven is voortdurend in gevaar, toch vergeet ik Uw wet niet.

[110] De goddelozen hebben voor mij een strik gezet, toch ben ik van Uw bevelen niet afgedwaald.

[111] Uw getuigenissen heb ik voor eeuwig in erfelijk bezit genomen, want zij zijn de vreugde van mijn hart.

[112] Ik heb mijn hart geneigd om overeenkomstig Uw verordeningen te handelen, voor eeuwig, tot het einde toe. samech

[113] Ik haat de halfhartigen, maar Uw wet heb ik lief.

[114] U bent mijn schuilplaats en mijn schild, op Uw woord heb ik gehoopt.

[115] Ga weg van mij, kwaaddoeners, zodat ik de geboden van mijn God in acht zal nemen.

[116] Ondersteun mij overeenkomstig Uw belofte, dan zal ik leven; laat mij in mijn hoop niet beschaamd worden.

[117] Ondersteun mij, dan ben ik verlost en vermaak ik mij voortdurend in Uw verordeningen.

[118] U verwerpt allen die van Uw verordeningen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

[119] U doet alle goddelozen van de aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

[120] Het haar van mijn lichaam is te berge gerezen uit grote vrees voor U, ik heb gevreesd voor Uw oordelen. ain

[121] Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

[122] Wees borg voor het welzijn van Uw dienaar; laat de hoogmoedigen mij niet onderdrukken.

[123] Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid.

[124] Doe met Uw dienaar overeenkomstig Uw goedertierenheid, en leer mij Uw verordeningen.

[125] Ik ben Uw dienaar; geef mij inzicht, dan zal ik Uw getuigenissen kennen.

[126] Het is tijd voor deHEERE om te handelen, want zij hebben Uw wet verbroken.

[127] Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan zuiver goud.

[128] Daarom heb ik al Uw bevelen in alles voor recht gehouden, maar elk leugenpad heb ik gehaat. pe

[129] Uw getuigenissen zijn wonderen, daarom zal mijn ziel die in acht nemen.

[130] Het opengaan van Uw woorden geeft licht, het schenkt eenvoudigen inzicht.

[131] Ik sper mijn mond open en hijg, want ik verlang naar Uw geboden.

[132] Wend U tot mij en wees mij genadig, overeenkomstig het recht voor wie Uw Naam liefhebben.

[133] Laat mijn voetstappen vaststaan in Uw woord, laat geen enkel onrecht over mij heersen.

[134] Verlos mij van de onderdrukking door mensen, dan zal ik Uw bevelen in acht nemen.

[135] Doe Uw aangezicht lichten over Uw dienaar, en leer mij Uw verordeningen.

[136] Beken vol water stromen uit mijn ogen neer, omdat men Uw wet niet in acht neemt. tsade

[137] U bent rechtvaardig,HEERE , en al Uw oordelen zijn juist.

[138] U hebt in Uw getuigenissen gerechtigheid uitgevaardigd en grote trouw.

[139] Mijn ijver heeft mij verteerd, want mijn tegenstanders hebben Uw woorden vergeten.

[140] Uw woord is zeer gelouterd, Uw dienaar heeft het lief.

[141] Ik ben klein en veracht, maar Uw bevelen heb ik niet vergeten.

[142] Uw gerechtigheid is een gerechtigheid voor eeuwig en Uw wet is waarachtig.

[143] Benauwdheid en nood hebben mij getroffen, maar Uw geboden zijn mijn bron van blijdschap.

[144] Uw rechtvaardige getuigenissen zijn voor eeuwig; geef mij inzicht, dan zal ik leven. koph

[145] Ik heb met heel mijn hart geroepen; verhoor mij,HEERE , ik zal Uw verordeningen in acht nemen.

[146] Ik heb U aangeroepen, verlos mij; dan zal ik mij aan Uw getuigenissen houden.

[147] Ik ben de morgenschemering voor geweest en heb om hulp geroepen; op Uw woord heb ik gehoopt.

[148] Mijn ogen zijn de nachtwaken voor geweest om Uw woord te overdenken.

[149] Hoor mijn stem overeenkomstig Uw goedertierenheid; HEERE , maak mij levend overeenkomstig Uw recht.

[150] Wie schandelijk gedrag najagen, komen naderbij; zij zijn ver van Uw wet verwijderd.

[151] Maar U,HEERE , bent nabij, en al Uw geboden zijn waarachtig.

[152] Al vanouds weet ik van Uw getuigenissen, ja, U hebt ze voor eeuwig gegrondvest. resj

[153] Zie mijn ellende aan en red mij, want Uw wet heb ik niet vergeten.

[154] Voer mijn rechtszaak en verlos mij; maak mij levend overeenkomstig Uw belofte.

[155] Het heil is ver van de goddelozen, want zij zoeken Uw verordeningen niet.

[156] Uw barmhartigheid is groot,HEERE ; maak mij levend overeenkomstig Uw bepalingen.

[157] Mijn vervolgers en tegenstanders zijn met velen, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet af.

[158] Ik zag hen die trouweloos handelen, en ik walgde, omdat zij zich niet aan Uw woord hielden.

[159] Zie toch hoe ik Uw bevelen liefheb; HEERE , maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid.

[160] Vanaf het begin is Uw woord waarachtig, al Uw rechtvaardige bepalingen zijn voor eeuwig. sin, sjin

[161] Vorsten hebben mij zonder reden vervolgd, maar voor Uw woord heeft mijn hart diep ontzag gehad.

[162] Ik ben verblijd over Uw belofte, als iemand die een grote buit vindt.

[163] Ik haat de leugen en heb er een afschuw van, maar Uw wet heb ik lief.

[164] Ik loof U zevenmaal op een dag om Uw rechtvaardige bepalingen.

[165] Wie Uw wet liefhebben, hebben diepe vrede; voor hen ligt er geen struikelblok.

[166] Ik hoop op Uw heil,HEERE , en doe Uw geboden.

[167] Mijn ziel neemt Uw getuigenissen in acht, want ik heb ze zeer lief.

[168] Ik neem Uw bevelen en getuigenissen in acht, want al mijn wegen liggen voor U open. taw

[169] Laat mijn roepen naderen voor Uw aangezicht,HEERE ; geef mij inzicht overeenkomstig Uw woord.

[170] Laat mijn smeken voor Uw aangezicht komen; red mij overeenkomstig Uw belofte.

[171] Mijn lippen vloeien over van lofzang, want U leert mij Uw verordeningen.

[172] Mijn tong zal Uw woorden bezingen, want al Uw geboden zijn rechtvaardig.

[173] Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen uitgekozen.

[174] HEERE , ik verlang naar Uw heil; Uw wet is mijn bron van blijdschap.

[175] Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven; laat Uw bepalingen mij helpen.

[176] Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

Psalmen — Chapters