Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:43

[1] Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De Gittith’.

[2] HEERE , onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde! U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.

[3] Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders, om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.

[4] Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,

[5] wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt, en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?

[6] Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen en hem met eer en glorie gekroond.

[7] U doet hem heersen over de werken van Uw handen, U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

[8] schapen en runderen, die allemaal, en ook de dieren van het veld,

[9] de vogels in de lucht en de vissen in de zee, al wat over de paden van de zeeën gaat.

[10] HEERE , onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

Psalmen — Chapters