Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:06

[1] Een pelgrimslied. Ik riep tot deHEERE in mijn benauwdheid, en Hij verhoorde mij.

[2] HEERE , red mijn ziel van de valse lippen, van de tong vol bedrog.

[3] Wat zal de tong vol bedrog u geven? Wat zal die aan u toevoegen?

[4] Scherpe pijlen van een machtig man, en gloeiende houtskool van bremstruiken daarbij.

[5] Wee mij, dat ik als vreemdeling in Mesech verblijf, dat ik woon in de tenten van Kedar.

[6] Mijn ziel heeft lang gewoond bij hen die de vrede haten.

[7] Ik ben vreedzaam, maar als ik spreek, voeren zij oorlog.

Psalmen — Chapters