Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 1:33

[1] Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.

[2] Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt. Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.

[3] Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken? Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken?Sela

[4] Weet toch: deHEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd; deHEERE hoort als ik tot Hem roep.

[5] Wees ontzet, maar zondig niet; spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil.Sela

[6] Breng offers van gerechtigheid en vertrouw op deHEERE .

[7] Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef over ons het licht van Uw aangezicht,HEERE !

[8] U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.

[9] In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen,HEERE , doet mij veilig wonen.

Psalmen — Chapters