[1] Een psalm van David. HEERE , luister naar mijn gebed, neem mijn smeekbeden ter ore. Verhoor mij naar Uw trouw, naar Uw gerechtigheid.
[2] Ga niet in het gericht met Uw dienaar, want niemand die leeft, is voor Uw aangezicht rechtvaardig.
[3] Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertrapt mijn leven op de grond; hij doet mij wonen in duistere oorden, zoals zij die allang dood zijn.
[4] Daarom is mijn geest in mij bezweken, mijn hart is ontzet in mijn binnenste.
[5] Ik denk aan de dagen vanouds, ik overdenk al Uw daden, ik overpeins de werken van Uw handen.
[6] Ik spreid mijn handen naar U uit, mijn ziel ligt voor U als een dorstig land.Sela
[7] Verhoor mij spoedig,HEERE , mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet voor mij, want ik zou aan hen gelijk zijn die in de kuil neerdalen.
[8] Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen, want ik vertrouw op U; maak mij de weg bekend die ik te gaan heb, want tot U hef ik mijn ziel op.
[9] Red mij van mijn vijanden,HEERE , bij U schuil ik.
[10] Leer mij Uw welbehagen te doen, want U bent mijn God. Laat Uw goede Geest mij leiden in een geëffend land.
[11] HEERE , maak mij levend, omwille van Uw Naam, leid mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.
[12] Verdelg mijn vijanden om Uw goedertierenheid, breng allen om die mijn ziel benauwen, want ik ben Uw dienaar.