[1] Een onderwijzing van David, voor de koorleider, bij snarenspel;
[2] toen de Zifieten gekomen waren en tegen Saul gezegd hadden: Verbergt David zich niet bij ons?
[3] O God, verlos mij door Uw Naam, verschaf mij recht door Uw macht.
[4] O God, luister naar mijn gebed, neem de woorden van mijn mond ter ore.
[5] Want vreemden staan tegen mij op, geweldplegers staan mij naar het leven; zij houden God niet voor ogen.Sela
[6] Zie, God is mijn Helper, de Heere is onder hen die mijn ziel ondersteunen.
[7] Hij zal mijn belagers dit kwaad vergelden; breng hen om vanwege Uw trouw.
[8] Ik zal U vrijwillig offers brengen; ik zal Uw Naam loven,HEERE , want hij is goed.
[9] Want Hij heeft mij gered uit alle nood; mijn oog heeft de val van mijn vijanden gezien.