Listen to this chapter • 0:53
[1] Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zei:
[2] Heerschappij en diep ontzag zijn bij Hem, Hij maakt vrede in Zijn hoogten.
[3] Zijn Zijn troepen te tellen? En over wie gaat Zijn licht niet op?
[4] Hoe zou een sterveling dan rechtvaardig zijn voor God, en hoe zou hij, geboren uit een vrouw, zuiver zijn?
[5] Zie, tot aan de maan toe – ze is niet helder, en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.
[6] Hoeveel te minder een sterveling, die een made is, en een mensenkind, dat een worm is!