Skip to content
Opens in a new window

[1] Een van David, voor den opperzangmeester. De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.

[2] Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion.

[3] Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.

[4] Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad.

[5] Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten.

[6] Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden.

[7] Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.

[8] Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven.

[9] O HEERE! behoud; die koning verhore ons ten dage van ons roepen.

Psalmen — Chapters