Skip to content
Opens in a new window

[1] Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.

[2] Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan.

[3] De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd.

[4] O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden.

[5] Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.

[6] Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.

Psalmen — Chapters