Skip to content
Opens in a new window

[1] Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.

[2] De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

[3] Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.

[4] De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.

[5] Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.

[6] Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.

[7] Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt;

[8] Om te doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen Zijns volks.

[9] Die de onvruchtbare doet wonen met een huisgezin, een blijde moeder van kinderen. Hallelujah!

Psalmen — Chapters