Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:46

[1] Luister, kinderen, naar de vermaning van je vader en sla er acht op om inzicht te leren kennen,

[2] want ik geef jullie een goede les: verlaat mijn onderricht niet!

[3] Want ik was een zoon voor mijn vader, onervaren en een enig kind voor mijn moeder.

[4] Hij onderwees mij en zei tegen mij: Laat je hart mijn woorden vasthouden: neem mijn geboden in acht en leef.

[5] Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet een van de woorden van mijn mond en wijk er niet van af.

[6] Verlaat de wijsheid niet en zij zal je bewaren, heb haar lief en zij zal je beschermen.

[7] Het beginsel van wijsheid is: verwerf wijsheid, en bij alles wat je verwerft: verwerf inzicht!

[8] Houd haar hoog en zij zal je verheffen. Zij zal jou vereren, als je haar omhelst.

[9] Zij zal je hoofd een bevallige krans geven, jou een sierlijke kroon schenken.

[10] Luister, mijn zoon, en neem mijn woorden aan: de jaren van je leven zullen talrijk worden.

[11] Ik onderwijs je in de weg van de wijsheid en laat je in de rechte sporen treden.

[12] Als je gaat, zullen je voetstappen niet belemmerd worden en als je rent, zul je niet struikelen.

[13] Houd vast aan de vermaning, laat niet los, neem haar in acht, want zij is je leven.

[14] Kom niet op het pad van goddelozen, en begeef je niet op de weg van kwaaddoeners.

[15] Verwerp die, ga die niet op, wijk daarvan af en ga voorbij!

[16] Zij slapen immers niet als zij geen kwaad hebben gedaan, zij worden van hun slaap beroofd als zij niet iemand hebben laten struikelen.

[17] Want zij eten brood van goddeloosheid en drinken wijn van gewelddaden,

[18] maar het pad van rechtvaardigen is als een schijnend licht, dat gaandeweg helderder gaat schijnen tot het volledig dag is geworden.

[19] De weg van goddelozen is als de donkerheid. Zij weten niet waarover zij struikelen zullen.

[20] Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig je oor tot wat ik zeg.

[21] Laat ze niet wijken van je ogen, bewaar ze in het binnenste van je hart.

[22] Ze zijn immers leven voor wie ze vinden, en genezing voor heel hun vlees.

[23] Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.

[24] Doe weg van jou valsheid van mond en houd bedrog van lippen ver van je verwijderd.

[25] Laten je ogen recht vooruitkijken en je oogleden zich recht vóór je houden.

[26] Baan het spoor voor je voet, en laten al je wegen vaststaan.

[27] Wijk niet af naar rechts of naar links, keer je voet af van het kwade!

Spreuken — Chapters