Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 5:00

[1] De spreuken van Salomo. Een wijze zoon verblijdt zijn vader, maar een dwaze zoon betekent verdriet voor zijn moeder.

[2] Schatten aan goddeloosheid baten niet, maar gerechtigheid redt van de dood.

[3] DeHEERE laat een rechtvaardige ziel geen hongerlijden, maar de begeerte van goddelozen stoot Hij weg.

[4] Wie met een bedrieglijke hand werkt, wordt arm, maar de hand van de vlijtigen maakt rijk.

[5] Wie in de zomer verzamelt, is een verstandige zoon, wie in de oogsttijd diep slaapt, is een zoon die beschaamd maakt.

[6] Zegeningen rusten er op het hoofd van de rechtvaardige, maar geweld overdekt de mond van de goddelozen.

[7] De herinnering aan de rechtvaardige is tot zegen, maar de naam van goddelozen zal wegteren.

[8] Wie wijs van hart is, neemt de geboden aan, maar wie dwaas van lippen is, komt ten val.

[9] Wie in oprechtheid zijn weg gaat, gaat een veilige weg, maar wie kromme wegen gaat, zal opgemerkt worden.

[10] Wie heimelijk knipoogt, richt leed aan, en wie dwaas van lippen is, komt ten val.

[11] De mond van de rechtvaardige is een bron van leven, maar geweld overdekt de mond van de goddelozen.

[12] Haat wekt twisten op, maar liefde bedekt alle overtredingen.

[13] Op de lippen van verstandigen wordt wijsheid gevonden, maar op de rug van mensen zonder verstand de stok.

[14] Wijzen bergen kennis op, maar de mond van de dwaas is de ondergang nabij.

[15] Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, de armoede van de armen is hun ondergang.

[16] Het werk van de rechtvaardige is ten leven, het inkomen van de goddeloze tot zonde.

[17] Het pad ten leven is voor hem die vermaning in acht neemt, maar wie bestraffing achter zich laat, doet dwalen.

[18] Wie haat toedekt, heeft valse lippen, en wie een kwaad gerucht verspreidt, die is een dwaas.

[19] In de veelheid van woorden ontbreekt de overtreding niet, maar wie zijn lippen inhoudt, is verstandig.

[20] De tong van de rechtvaardige is het beste zilver, het hart van de goddelozen is weinig waard.

[21] De lippen van de rechtvaardige voeden velen, maar de dwazen sterven door gebrek aan verstand.

[22] De zegen van deHEERE , die maakt rijk, Hij voegt er geen zwoegen aan toe.

[23] Zoals het voor een dwaas een spel is zich schandelijk te gedragen, zo is wijsheid dat voor iemand met inzicht.

[24] Wat de goddeloze vreest, dat zal hem overkomen, maar van rechtvaardigen vervult God het verlangen.

[25] Zoals een wervelwind voorbijgaat, is de goddeloze er niet meer, maar de rechtvaardige is een eeuwig fundament.

[26] Zoals zure wijn voor de tanden en rook voor de ogen, zo is de luiaard voor wie hem ergens opuit sturen.

[27] De vreze desHEEREN vermeerdert de dagen, maar de jaren van de goddelozen worden bekort.

[28] De verwachting van de rechtvaardigen is blijdschap, maar de hoop van de goddelozen zal vergaan.

[29] De weg van deHEERE is kracht voor de oprechte, maar de ondergang voor hen die onrecht bedrijven.

[30] De rechtvaardige zal voor eeuwig niet wankelen, maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.

[31] De mond van de rechtvaardige loopt over van wijsheid, maar de tong van wie verderfelijke dingen spreekt, wordt afgesneden.

[32] De lippen van de rechtvaardige weten wat aangenaam is, maar de mond van de goddelozen alleen verderfelijke dingen.

Spreuken — Chapters