Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 5:17

[1] Een zacht antwoord keert woede af, maar een krenkend woord wekt toorn op.

[2] De tong van wijzen maakt kennis goed, maar de mond van dwazen vloeit over van dwaasheid.

[3] De ogen van deHEERE zijn op elke plaats: ze slaan slechte en goede mensen gade.

[4] Het medicijn van de tong is een boom des levens, maar verkeerdheid erin is een breuk in de geest.

[5] Een dwaas verwerpt de vermaning van zijn vader, maar wie de bestraffing in acht neemt, is schrander.

[6] In het huis van een rechtvaardige is grote rijkdom, maar in het inkomen van een goddeloze is verval.

[7] De lippen van wijzen strooien kennis uit, maar zo niet het hart van dwazen.

[8] Het offer van goddelozen is voor deHEERE een gruwel, maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.

[9] De weg van een goddeloze is voor deHEERE een gruwel, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.

[10] Vermaning is onaangenaam voor wie het pad verlaat, en wie bestraffing haat, zal sterven.

[11] Graf en verderf liggen open voor deHEERE – hoeveel te meer de harten van de mensenkinderen.

[12] Een spotter houdt niet van wie hem terechtwijst, naar wijzen gaat hij niet.

[13] Een vrolijk hart maakt een gezicht blij, maar door hartenleed wordt een geest neerslachtig.

[14] Een verstandig hart zoekt kennis, maar de mond van dwazen voedt zich met dwaasheid.

[15] Alle dagen van een ellendige zijn slecht, maar een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd.

[16] Beter is weinig met de vreze desHEEREN , dan een grote schat met verwarring erbij.

[17] Beter is een schotel groente waar liefde is, dan een gemeste os met haat erbij.

[18] Een driftig man veroorzaakt ruzie, maar een geduldige stilt onenigheid.

[19] De weg van een luiaard is als een doornhaag, maar het pad van oprechten is welgebaand.

[20] Een wijze zoon verblijdt zijn vader, maar een dwaas mens veracht zijn moeder.

[21] Dwaasheid is blijdschap voor een mens zonder verstand, maar iemand met inzicht houdt de rechte weg.

[22] Plannen falen, als er geen overleg is, maar door een veelheid van raadgevers komt het nodige tot stand.

[23] Een man heeft blijdschap in het antwoord van zijn mond, en hoe goed is een woord op zijn tijd!

[24] Het pad ten leven voert voor een verstandige omhoog, om de hel beneden te ontwijken.

[25] Het huis van hoogmoedigen vaagt deHEERE weg, maar de grenssteen van een weduwe zet Hij vast.

[26] De plannen van een kwaaddoener zijn voor deHEERE een gruwel, maar lieflijke woorden zijn rein.

[27] Wie op winstbejag uit is, stort zijn huis in het ongeluk, maar wie omkoopgeschenken haat, zal leven.

[28] Het hart van een rechtvaardige overdenkt wat het antwoorden zal, maar de mond van goddelozen vloeit over van kwaad.

[29] DeHEERE is ver van goddelozen, maar het gebed van rechtvaardigen verhoort Hij.

[30] Het licht in de ogen verblijdt het hart, een goed gerucht verkwikt de beenderen.

[31] Een oor dat naar de bestraffing ten leven luistert, zal te midden van wijzen overnachten.

[32] Wie vermaning verwerpt, veracht zijn leven, maar wie naar bestraffing luistert, verwerft verstand.

[33] De vreze desHEEREN is vermaning tot wijsheid, en nederigheid gaat vooraf aan eer.

Spreuken — Chapters