Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 4:37

[1] Ook dit zijn spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, de koning van Juda, hebben overgeschreven.

[2] Het is Gods eer een zaak verborgen te houden, maar de eer van koningen een zaak te doorgronden.

[3] De hoogte van de hemel, de diepte van de aarde en het hart van de koningen zijn niet te doorgronden.

[4] Doe het schuim van het zilver weg, en er zal een voorwerp voor de edelsmid uit komen.

[5] Doe een goddeloze weg van voor de ogen van een koning, en zijn troon zal door gerechtigheid bevestigd worden.

[6] Praal niet voor de ogen van een koning en ga niet staan op de plaats van groten,

[7] want het is beter dat men tegen u zegt: Kom hier hogerop, dan dat men u vernedert voor de ogen van een edele, die uw ogen gezien hebben.

[8] Ga er niet te snel opuit om iemand aan te klagen. Wat zult u anders uiteindelijk doen, wanneer uw naaste u te schande maakt?

[9] Voer uw rechtszaak met uw naaste, maar maak het geheim van een ander niet openbaar,

[10] anders zou hij die het hoort, u kunnen smaden, en zou het kwaad gerucht over u niet te keren zijn.

[11] Een woord op het juiste moment gesproken, is als gouden appels in zilveren schalen.

[12] Zoals een gouden oorring en een halssieraad van fijn goud, zo is een wijze vermaner voor een luisterend oor.

[13] Zoals de koelte van sneeuw op de dag van de oogst, zo is een betrouwbare gezant voor zijn zenders, hij verkwikt de ziel van zijn meester.

[14] Zoals wolken en wind zonder regen, zo is iemand die zich beroemt op een valse gift.

[15] Met geduld wordt een leider overgehaald, en een zachte tong kan beenderen breken.

[16] Hebt u honing gevonden, eet dan tot u genoeg hebt, anders raakt u er oververzadigd door en spuwt u het uit.

[17] Zet uw voet niet te dikwijls in het huis van uw naaste, anders zou hij genoeg van u krijgen en u gaan haten.

[18] Zoals een strijdhamer, een zwaard en een scherpe pijl, zo is iemand die tegen zijn naaste een vals getuigenis aflegt.

[19] Zoals een gebroken tand en een verstuikte voet, zo is het vertrouwen op een trouweloze in de dag van benauwdheid.

[20] Wie liederen zingt bij een treurig hart, is als wie kleren uittrekt op een koude dag en zure wijn doet op loog.

[21] Als iemand die u haat, hongerlijdt, geef hem brood te eten, en als hij dorstig is, geef hem water te drinken,

[22] want zo zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen, en deHEERE zal het u vergelden.

[23] De noordenwind brengt regen voort en een achterbakse tong toornige gezichten.

[24] Het is beter te wonen op een hoek van een dak, dan in een gemeenschappelijk huis met een twistzieke vrouw.

[25] Zoals koud water op een vermoeide ziel, zo is een goed bericht uit een ver land.

[26] Zoals een vervuilde bron en een verdorven fontein, zo is een rechtvaardige die voor de ogen van een goddeloze wankelt.

[27] Veel honing eten is niet goed, maar het onderzoeken van gewichtige dingen is een eer.

[28] Zoals een opengebroken stad zonder muur, zo is een man die zijn geest niet in bedwang houdt.

Spreuken — Chapters