[1] U moet alle geboden die ik u heden gebied, nauwlettend in acht nemen, opdat u leeft, talrijk wordt en het land dat deHEERE uw vaderen onder ede beloofd heeft, binnengaat en in bezit neemt.
[2] Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop deHEERE , uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft, opdat Hij u zou verootmoedigen, en u op de proef zou stellen om te weten wat er in uw hart was, of u Zijn geboden in acht zou nemen of niet.
[3] Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van deHEERE komt.
[4] De kleren die u droeg zijn niet versleten en uw voet raakte niet opgezwollen in deze veertig jaar.
[5] Weet dan in uw hart dat deHEERE , uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt,
[6] en neem de geboden van deHEERE , uw God, in acht door in Zijn wegen te gaan en door Hem te vrezen.
[7] Want deHEERE , uw God, brengt u in een goed land: een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte;
[8] een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing;
[9] een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken.
[10] Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan deHEERE , uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft.
[11] Wees op uw hoede dat u deHEERE , uw God, niet vergeet, en daardoor Zijn geboden, Zijn bepalingen en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, niet in acht neemt.
[12] Wanneer u eet, verzadigd wordt, goede huizen bouwt en daarin woont,
[13] uw runderen en uw kleinvee talrijk worden en ook uw zilver en goud toeneemt, ja, alles wat u hebt, talrijk wordt,
[14] pas ervoor op dat uw hart zich dan niet verheft en u deHEERE , uw God, vergeet, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft;
[15] Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, met gifslangen, schorpioenen en droogte, waar geen water was; Die uit hard gesteente water voor u liet komen,
[16] Die u in de woestijn het manna liet eten, dat uw vaderen niet gekend hadden, opdat Hij u zou verootmoedigen en u op de proef zou stellen, om u uiteindelijk wel te doen;
[17] en dat u dan niet in uw hart zegt: Mijn eigen kracht en de macht van míjn hand heeft dit vermogen voor mij verworven.
[18] Maar u moet deHEERE , uw God, in gedachten houden, dat Hij het is Die u kracht geeft om vermogen te verwerven, opdat Hij Zijn verbond zou bevestigen, dat Hij onder ede met uw vaderen gesloten heeft, zoals het op deze dag nog is.
[19] Als het echter gebeurt dat u deHEERE , uw God, helemaal vergeet, achter andere goden aan gaat, hen dient en u voor hen neerbuigt, dan verzeker ik u heden dat u zeker zult omkomen.
[20] Zoals de heidenen die deHEERE van voor uw ogen uitgeroeid heeft, zo zult u dan ook zelf omkomen, omdat u de stem van deHEERE , uw God, niet gehoorzaam bent geweest.