Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:22

[1] Toen beklom Mozes, vanuit de vlakten van Moab, de berg Nebo, de top van de Pisga, die recht tegenover Jericho ligt. En deHEERE liet hem heel het land zien: van Gilead tot Dan,

[2] heel Naftali, het land van Efraïm en Manasse, heel het land van Juda tot aan de zee in het westen,

[3] het Zuiderland, de vlakte van de vallei van Jericho, de palmstad, tot aan Zoar.

[4] En deHEERE zei tegen hem: Dit is het land waarvan Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb: Aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw eigen ogen laten zien, maar u mag daarheen niet oversteken.

[5] Zo stierf Mozes, de dienaar van deHEERE , daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van deHEERE .

[6] En Hij begroef hem in een dal in het land van Moab, tegenover Beth-Peor. En niemand weet waar zijn graf is, tot op deze dag.

[7] Mozes nu was honderdtwintig jaar oud toen hij stierf; zijn oog was niet dof geworden en zijn kracht was niet vervlogen.

[8] En de Israëlieten beweenden Mozes in de vlakten van Moab, dertig dagen lang; toen waren de dagen van het bewenen, van de rouw over Mozes, voorbij.

[9] Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterden de Israëlieten nu naar hém, en zij deden zoals deHEERE Mozes geboden had.

[10] En er is in Israël geen profeet meer opgestaan zoals Mozes, die deHEERE kende van aangezicht tot aangezicht,

[11] met al de tekenen en wonderen waarmee deHEERE hem gezonden had om die in het land Egypte te doen bij de farao, bij al zijn dienaren en bij heel zijn land;

[12] en met heel de sterke hand en met alle grote ontzagwekkende daden, die Mozes voor de ogen van heel Israël verrichtte.

Deuteronomium — Chapters