[1] Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft,
[2] en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had, komt en hij zegt: Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen,
[3] luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want deHEERE , uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u deHEERE , uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel.
[4] Achter deHEERE , uw God, moet u aan gaan, Hem moet u vrezen, Zijn geboden moet u in acht nemen en Zijn stem gehoorzamen; Hem moet u dienen en u aan Hem vasthouden.
[5] En die profeet of hij die die dromen heeft, moet gedood worden, omdat hij heeft opgeroepen afvallig te worden aan deHEERE , uw God, Die u uit het land Egypte heeft geleid en u uit het slavenhuis verlost heeft; en omdat hij u wilde afbrengen van de weg die deHEERE , uw God, u geboden heeft daarop te gaan. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.
[6] Wanneer uw broer, de zoon van uw moeder, of uw zoon, of uw dochter, of uw innig geliefde vrouw, of uw boezemvriend u in het geheim aanspoort door te zeggen: Laten we andere goden gaan dienen, die u niet kent, u niet en ook uw vaderen niet,
[7] uit de goden van de volken die rondom u zijn, dicht bij u of ver bij u vandaan, van het ene einde van de aarde tot het andere einde van de aarde,
[8] bewillig er dan niet in en luister niet naar hem! Laat uw oog hem niet ontzien, heb geen medelijden en houd hem niet verborgen.
[9] Integendeel, u moet hem zeker doden. Eerst moet uw eigen hand zich tegen hem keren om hem ter dood te brengen, daarna de hand van heel het volk.
[10] U moet hem met stenen stenigen zodat hij sterft, omdat hij heeft geprobeerd u af te brengen van deHEERE , uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heeft geleid.
[11] Heel Israël zal het horen en bevreesd zijn, en een dergelijke wandaad niet meer in uw midden verrichten.
[12] Als u over een van uw steden die deHEERE , uw God, u geeft om er te wonen, hoort zeggen:
[13] Er zijn mannen, verdorven lieden, uit uw midden voortgekomen en zij hebben de inwoners van hun stad verleid door te zeggen: Laten we andere goden gaan dienen, die u niet kent,
[14] dan moet u het onderzoeken, grondig uitzoeken en goed navragen. En zie, is het de waarheid, staat de zaak vast, is zo'n gruwelijke daad in uw midden gedaan,
[15] dan moet u de inwoners van die stad geheel en al slaan met de scherpte van het zwaard, door haar met alles wat erin is, ook haar vee, met de scherpte van het zwaard met de ban te slaan.
[16] Al haar buit moet u op het midden van haar marktplein bijeenbrengen, en vervolgens moet u de stad en al haar buit met vuur verbranden, als een offer dat geheel verteerd wordt voor deHEERE , uw God. Ze moet eeuwig een ruïne blijven en mag nooit herbouwd worden,
[17] en niets van datgene waarop de ban rust, mag u zelf houden. Dan zal deHEERE Zijn brandende toorn laten varen en u barmhartigheid geven, Zich over u ontfermen en u talrijk maken, zoals Hij aan uw vaderen gezworen heeft te zullen doen
[18] als u de stem van deHEERE , uw God, gehoorzaamt, door al Zijn geboden die ik u heden gebied, in acht te nemen, en door te doen wat juist is in de ogen van deHEERE , uw God.