Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:57

[1] Dit zijn de geboden, de verordeningen en de bepalingen die deHEERE , uw God, geboden heeft u te leren, om ze te doen in het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen,

[2] opdat u deHEERE , uw God, vreest door al Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u gebied, in acht te nemen: u, uw kind en uw kleinkind, alle dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.

[3] Luister dan, Israël, en neem ze nauwlettend in acht! Dan zal het u goed gaan en zult u zeer talrijk worden – zoals deHEERE , de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft – in het land dat overvloeit van melk en honing.

[4] Luister, Israël! DeHEERE , onze God, deHEERE is één!

[5] Daarom zult u deHEERE , uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.

[6] Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.

[7] U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.

[8] U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.

[9] U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.

[10] Wanneer het dan gebeuren zal dat deHEERE , uw God, u gebracht heeft in het land dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft u te zullen geven – grote en goede steden, die u niet gebouwd hebt,

[11] huizen, vol van allerlei kostbare dingen, waarmee u ze niet gevuld hebt, uitgehakte putten, die u niet uitgehakt hebt, en wijngaarden en olijfgaarden, die u niet geplant hebt – en u gegeten hebt en verzadigd bent,

[12] wees dan op uw hoede dat u deHEERE , Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft, niet vergeet.

[13] U moet deHEERE , uw God, vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren.

[14] U mag niet achter andere goden, de goden van de volken die rondom u zijn, aan gaan,

[15] want deHEERE , uw God, is een na-ijverig God in uw midden; anders ontbrandt de toorn van deHEERE , uw God, tegen u en vaagt Hij u weg van de aardbodem.

[16] U mag deHEERE , uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef gesteld hebt.

[17] U moet de geboden van deHEERE , uw God, Zijn getuigenissen en Zijn verordeningen, die Hij u geboden heeft, nauwgezet in acht nemen.

[18] En u moet doen wat juist en goed is in de ogen van deHEERE , opdat het u goed gaat, en u er komt, en het goede land dat deHEERE uw vaderen onder ede beloofd heeft, in bezit neemt,

[19] om al uw vijanden van voor uw ogen te verjagen, zoals deHEERE gesproken heeft.

[20] Wanneer uw zoon u morgen vraagt: Wat zijn dat voor getuigenissen, verordeningen en bepalingen die deHEERE , onze God, u geboden heeft?

[21] dan moet u tegen uw zoon zeggen: Wij waren slaven van de farao in Egypte, maar deHEERE heeft ons met sterke hand uit Egypte geleid.

[22] En deHEERE gaf tekenen en wonderen, groot en onheilbrengend, in Egypte, aan de farao en aan zijn hele huis, voor onze ogen.

[23] Maar ons leidde Hij daarvandaan, om ons hierheen te brengen en ons het land te geven, dat Hij onze vaderen onder ede beloofd had.

[24] En deHEERE gebood ons al deze verordeningen te houden, om deHEERE , onze God, te vrezen, ons ten goede, alle dagen, om ons in leven te houden, zoals het op deze dag is.

[25] Het zal voor ons gerechtigheid zijn als wij al deze geboden nauwlettend in acht nemen, voor het aangezicht van deHEERE , onze God, zoals Hij ons geboden heeft.

Deuteronomium — Chapters