Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 8:05

[1] Dit zijn de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

[2] Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.

[3] De zonen van Juda zijn: Er, Onan en Sela. Drie zijn er hem geboren uit de dochter van Sua, de Kanaänitische. Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van deHEERE ; daarom doodde Hij hem.

[4] Maar Tamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. De zonen van Juda waren vijf in totaal.

[5] De zonen van Perez waren Hezron en Hamul.

[6] En de zonen van Zerah waren Zimri, Ethan, Heman, Chalcol en Dara. Deze zijn vijf in totaal.

[7] De zoon van Charmi was Achar, die Israël in het ongeluk stortte, omdat hij ontrouw was met dat wat door de ban gewijd was.

[8] De zoon van Ethan was Azaria.

[9] De zonen van Hezron, die hem geboren werden, waren Jerahmeël, Ram en Chelubai.

[10] Ram verwekte Amminadab, en Amminadab verwekte Nahesson, de leider van de nakomelingen van Juda.

[11] Nahesson verwekte Salma, en Salma verwekte Boaz.

[12] Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï,

[13] Isaï verwekte Eliab, zijn eerstgeborene, Abinadab, de tweede, en Simea, de derde,

[14] Nethaneël, de vierde, Raddai, de vijfde,

[15] Ozem, de zesde, en David, de zevende.

[16] Hun zusters waren Zeruja en Abigaïl. De zonen van Zeruja waren Abisaï, Joab en Asaël, drie zonen.

[17] Abigaïl baarde Amasa; de vader van Amasa was Jether de Ismaëliet.

[18] Kaleb, de zoon van Hezron, verwekte zonen bij Azuba, zijn vrouw, en bij Jerioth. En dit waren haar zonen: Jeser, Sobab en Ardon.

[19] Toen Azuba gestorven was, nam Kaleb zich Efrath tot vrouw. Deze baarde hem Hur.

[20] Hur verwekte Uri, en Uri verwekte Bezaleël.

[21] Daarna kwam Hezron bij de dochter van Machir, de vader van Gilead. Hij nam haar tot vrouw toen hij zestig jaar was, en zij baarde hem Segub.

[22] Segub verwekte Jaïr, en hij had drieëntwintig steden in het land Gilead.

[23] Maar Gesur nam, met Aram, Havvoth-Jaïr van hen af, met Kenath en de bijbehorende plaatsen, zestig steden. Dit zijn allen zonen van Machir, de vader van Gilead.

[24] Na de dood van Hezron, in Kaleb-Efratha, baarde Abia, de vrouw van Hezron, hem ook nog Assjur, de vader van Tekoa.

[25] De zonen van Jerahmeël, de eerstgeborene van Hezron, waren: de eerstgeborene Ram, en vervolgens Buna, Oren, Ozem en Ahia.

[26] Jerahmeël had nog een andere vrouw, en haar naam was Atara; zij was de moeder van Onam.

[27] De zonen van Ram, de eerstgeborene van Jerahmeël, waren Maäz, Jamin en Eker.

[28] De zonen van Onam waren Sammai en Jada. En de zonen van Sammai: Nadab en Abisur.

[29] De naam van de vrouw van Abisur was Abihaïl; zij baarde hem Achban en Molid.

[30] De zonen van Nadab waren Seled en Appaïm; Seled stierf zonder kinderen.

[31] De zoon van Appaïm was Jiseï; de zoon van Jiseï was Sesan, en de zoon van Sesan was Achlai.

[32] De zonen van Jada, de broer van Sammai, waren Jether en Jonathan; Jether stierf zonder kinderen.

[33] De zonen van Jonathan waren Peleth en Zaza. Dit waren de zonen van Jerahmeël.

[34] Sesan had geen zonen, maar dochters. Sesan had echter een Egyptische slaaf, en zijn naam was Jarha.

[35] Sesan gaf zijn dochter aan zijn slaaf Jarha tot vrouw, en zij baarde hem Attai.

[36] Attai verwekte Nathan, en Nathan verwekte Zabad,

[37] Zabad verwekte Eflal, en Eflal verwekte Obed,

[38] Obed verwekte Jehu, en Jehu verwekte Azaria,

[39] Azaria verwekte Helez, en Helez verwekte Elasa,

[40] Elasa verwekte Sismai, en Sismai verwekte Sallum,

[41] Sallum verwekte Jekamja, en Jekamja verwekte Elisama.

[42] De zoon van Kaleb, de broer van Jerahmeël, is Mesa, zijn eerstgeborene (dat is de vader van Zif), en de zonen van Maresa, de vader van Hebron.

[43] De zonen van Hebron waren Korach, Tappuah, Rekem en Sema.

[44] Sema verwekte Raham, de vader van Jorkeam; Rekem verwekte Sammai.

[45] De zoon van Sammai was Maon, en Maon was de vader van Beth-Zur.

[46] Efa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Haran, Moza en Gazez; Haran verwekte Gazez.

[47] De zonen van Jochdai waren Regem, Jotham, Gesan, Pelet, Efa en Saäf.

[48] Bij zijn bijvrouw Maächa verwekte Kaleb Seber en Tirhana.

[49] En de vrouw van Saäf, de vader van Madmanna, baarde Seva, de vader van Machbena en de vader van Gibea. De dochter van Kaleb was Achsa.

[50] Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim,

[51] Salma, de vader van Bethlehem en Haref, de vader van Beth-Gader.

[52] De zonen van Sobal, de vader van Kirjath-Jearim, waren Haroë en half Menuchoth.

[53] De geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, de Futieten, de Sumathieten en de Misraïeten. Uit hen zijn de Zorathieten en de Esthaolieten voortgekomen.

[54] De zonen van Salma waren Bethlehem, de Netofatieten, Atroth, Beth-Joab, de helft van de Manachathieten en de Zorieten.

[55] En de geslachten van de schrijvers, die in Jabez woonden: de Tirathieten, de Simathieten en de Suchathieten. Dit zijn de Kenieten die van Hammath, de vader van het huis van Rechab, afstammen.

1 Kronieken — Chapters