Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 6:52

[1] Zo zegt deHEERE : De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank van Mijn voeten. Waar zou dan het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen en waar de plaats van Mijn rust?

[2] Want Mijn hand heeft al die dingen gemaakt, en daardoor bestaan al die dingen, spreekt deHEERE . Maar Ik zal zien op deze, op de ellendige en verslagene van geest, en wie voor Mijn woord beeft.

[3] Wie een rund slacht, slaat een man neer, wie een lam offert, breekt een hond de nek, wie een graanoffer offert, offert varkensbloed, wie wierook brandt als gedenkoffer, looft daarmee een afgod. Zoals zíj ook hun eigen wegen gekozen hebben en hun ziel vreugde vindt in hun afschuwelijke afgoden,

[4] zo zal Ík het loon voor hun handelingen kiezen en zal Ik over hen doen komen wat zij vrezen, omdat Ik riep, maar niemand antwoord gaf, Ik sprak, maar zij niet luisterden. Zij deden wat slecht is in Mijn ogen en zij kozen wat Mij niet behaagt.

[5] Hoor het woord van deHEERE , u die beeft voor Zijn woord: Uw broeders die u haten, die u verstoten vanwege Mijn Naam, zeggen: Laat deHEERE verheerlijkt worden! Maar Hij zal verschijnen tot uw blijdschap, zíj daarentegen zullen beschaamd worden.

[6] Een geluid van een gejoel uit de stad, een geluid uit de tempel, de stem van deHEERE ! Hij vergeldt Zijn vijanden naar wat zij verdienen.

[7] Voordat zij weeën kreeg, heeft zij gebaard. Nog voor een wee over haar kwam, heeft zij een jongetje ter wereld gebracht.

[8] Wie heeft ooit zoiets gehoord? Wie heeft iets dergelijks gezien? Zou een land geboren kunnen worden op één dag? Zou een volk geboren kunnen worden in één keer? Maar Sion heeft nauwelijks weeën gekregen, of zij heeft haar zonen al gebaard.

[9] Zou Ík ontsluiting geven en niet doen baren? zegt deHEERE . Of zou Ik, Die doe baren, toesluiten? zegt uw God.

[10] Verblijd u met Jeruzalem en verheug u over haar, u allen die haar liefhebt. Wees vrolijk met haar met vreugde, u allen die over haar treurt,

[11] opdat u mag zuigen en verzadigd worden aan haar vertroostende borst, opdat u zich met volle teugen mag laven aan de overvloed van haar luister.

[12] Want zo zegt deHEERE : Zie, Ik doe de vrede naar haar toestromen als een rivier, en de luister van de heidenvolken als een alles overstromende beek. Dan zult u zuigen, u zult op de heup gedragen en op de knieën vertroeteld worden.

[13] Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ík u troosten; ja, in Jeruzalem zult u getroost worden!

[14] U zult het zien, uw hart zal vrolijk zijn, en uw gebeente zal groeien als het jonge gras. Dan zal de hand van deHEERE gekend worden door Zijn dienaren, maar op Zijn vijanden zal Hij toornig zijn.

[15] Want zie, deHEERE zal komen in vuur, en Zijn strijdwagens zullen komen als een wervelwind, om in grimmigheid Zijn toorn te laten gelden, Zijn bestraffing in vlammen van vuur.

[16] Want met vuur en met Zijn zwaard zal deHEERE een rechtszaak voeren met alle vlees. Zij die door deHEERE dodelijk gewond zijn, zullen talrijk zijn.

[17] Zij die zich heiligen en reinigen in de tuinen achter één in hun midden, die varkensvlees eten, afschuwelijk gedierte en muizen, tezamen zullen zij weggevaagd worden, spreekt deHEERE .

[18] Ik ken hun werken en hun gedachten! De tijd komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien.

[19] En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik zal uit hen die aan het gericht ontkomen zijn, boden zenden naar de heidenvolken, Tarsis, Pul, Lud, de boogschutters, naar Tubal, Javan, de verafgelegen kustlanden, die geen tijding over Mij hebben gehoord en die Mijn heerlijkheid niet hebben gezien. Zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenvolken verkondigen.

[20] En zij zullen al uw broeders uit alle heidenvolken brengen als graanoffer aan deHEERE , op paarden en op wagens, met huifkarren, op muildieren en op snelle kamelen, naar Mijn heilige berg toe, naar Jeruzalem, zegt deHEERE , zoals de Israëlieten het graanoffer in rein vaatwerk naar het huis van deHEERE brengen.

[21] Ook zal Ik enigen uit hen tot priesters en Levieten aanstellen, zegt deHEERE .

[22] Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt deHEERE , zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan.

[23] En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt deHEERE .

[24] En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.

Jesaja — Chapters