[1] DeHEERE zei tegen mij: Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door haar levensgezel, maar overspel pleegt, zoals deHEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot andere goden en houden van rozijnenkoeken.
[2] Voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer gerst kocht ik haar toen voor mij.
[3] En ik zei tegen haar: U moet veel dagen bij mij blijven, u mag geen hoererij bedrijven; u mag geen andere man toebehoren, en ook ik zal niet bij u komen.
[4] Want de Israëlieten moeten veel dagen zonder koning en zonder vorst blijven, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod en afgodsbeelden.
[5] Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en deHEERE , hun God, zoeken en David, hun koning. Zij zullen zich in diep ontzag tot deHEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd.