Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:01

[1] Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, vier wagens kwamen tevoorschijn tussen twee bergen, en die bergen waren bergen van koper.

[2] De eerste wagen had rode paarden, de tweede wagen zwarte paarden,

[3] de derde wagen witte paarden en de vierde wagen sterke, gevlekte paarden.

[4] Ik nam het woord en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Wat betekenen deze wagens, mijn Heere?

[5] Daarop antwoordde de Engel en zei tegen mij: Dat zijn de vier winden van de hemel, die eropuit trekken van de plaats waar zij voor de Heere van heel de aarde hebben gestaan.

[6] Die de zwarte paarden hebben, trekken uit naar het land van het noorden; de witte paarden trekken uit, hen achterna, en de gevlekte trekken uit naar het land van het zuiden.

[7] En de sterke paarden trokken uit en wilden het land doorgaan, want Hij had gezegd: Ga, ga het land door. Toen gingen zij het land door.

[8] Vervolgens riep Hij mij en sprak tot mij: Zie, zij die zijn uitgetrokken naar het land van het noorden, hebben Mijn geest doen rusten in het land van het noorden.

[9] Het woord van deHEERE kwam tot mij:

[10] Neem van de ballingen, van Cheldaï, Tobia en Jedaja, gaven in ontvangst. En u moet op die dag zelf komen en het huis van Josia, de zoon van Zefanja, binnengaan, waar die mannen uit Babel naartoe gekomen zijn.

[11] Neem zilver en goud en maak kronen, en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak,

[12] en zeg tegen hem: Zo zegt deHEERE van de legermachten: Zie, een Man – Zijn Naam is – zal uit Zijn plaats opkomen, en Hij zal de tempel van deHEERE bouwen.

[13] Ja, Híj zal de tempel van deHEERE bouwen, Híj zal met majesteit bekleed zijn, Hij zal zitten en heersen op Zijn troon. Hij zal Priester zijn op Zijn troon; tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.

[14] En de kronen zullen voor Chelem, Tobia, Jedaja en Chen, de zoon van Zefanja, tot een gedachtenis in de tempel van deHEERE zijn.

[15] Men zal van verre komen en bouwen aan de tempel van deHEERE . Dan zult u weten dat deHEERE van de legermachten mij tot u gezonden heeft. Dit zal gebeuren als u aandachtig zult luisteren naar de stem van deHEERE , uw God.

Zacharia — Chapters