Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 3:24

[1] Het woord van deHEERE kwam tot mij:

[2] Mensenkind, richt uw blik op het Seïrgebergte en profeteer ertegen.

[3] Zeg ertegen: Zo zegt de HeereHEERE : Zie, Ik zál u, Seïrgebergte! Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken en van u een verlaten woestenij maken.

[4] Van uw steden zal Ik een puinhoop maken, en zelf zult u een woestenij worden. Dan zult u weten dat Ik deHEERE ben.

[5] Omdat u een eeuwige vijandschap hebt en u de Israëlieten deed neerstorten door het geweld van het zwaard in de tijd van hun ondergang, in de tijd van de uiterste ongerechtigheid,

[6] daarom, zo waar Ik leef, spreekt de HeereHEERE : Voorzeker, Ik zal u tot bloed maken en bloed zal u achtervolgen. Omdat u het bloedvergieten niet hebt gehaat, zal bloed u achtervolgen.

[7] Ik zal het Seïrgebergte tot een verlaten woestenij maken en Ik zal eruit uitroeien wie erdoorheen trekt of wie er terugkeert.

[8] Ik zal zijn bergen met zijn gesneuvelden vullen. Op uw heuvels, in uw dalen en bij al uw waterstromen, daar zullen zij liggen die vielen door het zwaard.

[9] Ik zal u maken tot eeuwige woestenijen, uw steden zullen niet meer bewoond worden. Dan zult u weten dat Ik deHEERE ben.

[10] Omdat u zegt: Die beide volken en die beide landen zullen mij toebehoren, wij zullen ze in bezit nemen, al zou deHEERE daar zijn,

[11] daarom, zo waar Ik leef, spreekt de HeereHEERE : Ik zal handelen overeenkomstig uw toorn en overeenkomstig uw afgunst, waarmee u uit uw haat jegens hen bent opgetreden. Ik zal Mij onder hen bekendmaken, wanneer Ik u oordelen zal.

[12] Dan zult u weten dat Ik, deHEERE , al uw beledigingen gehoord heb, die u tegen de bergen van Israël gesproken hebt: Ze zijn verwoest, ons tot voedsel gegeven.

[13] U hebt u tegen Mij grootgemaakt met uw mond, en uw woorden tegen Mij overvloedig gemaakt. Ik heb ze Zelf gehoord.

[14] Zo zegt de HeereHEERE : Tot blijdschap van heel de aarde zal Ik u tot een woestenij maken.

[15] Overeenkomstig uw blijdschap over het erfelijk bezit van het huis van Israël, omdat het verwoest is, zo zal Ik bij u doen. U, Seïrgebergte en heel Edom, zult geheel en al een woestenij worden! Dan zullen zij weten dat Ik deHEERE ben.

Ezekiël — Chapters