[1] Het gebeurde na vele dagen, nadat deHEERE Israël rust gegeven had van al zijn vijanden van rondom, en Jozua oud en op dagen gekomen was,
[2] dat Jozua heel Israël, zijn oudsten, zijn stamhoofden, zijn rechters en zijn beambten bijeenriep. Hij zei tegen hen: Ík ben oud geworden en op dagen gekomen,
[3] en ú hebt alles gezien wat deHEERE , uw God, voor uw ogen gedaan heeft aan al deze volken, want deHEERE , uw God Zelf is het Die voor u gestreden heeft.
[4] Zie, ik heb deze overgebleven volken, samen met al de volken die ik uitgeroeid heb, vanaf de Jordaan tot aan de Grote Zee, waar de zon ondergaat, aan u door het lot doen toevallen als erfelijk bezit voor uw stammen.
[5] En deHEERE uw God Zelf zal hen van voor uw ogen verjagen, en Hij zal hen van voor uw ogen verdrijven, en u zult hun land in bezit nemen, zoals deHEERE , uw God, tot u gesproken heeft.
[6] Wees daarom zeer sterk door alles wat geschreven is in het wetboek van Mozes, in acht te nemen en na te leven, zodat u daarvan niet afwijkt, naar rechts of naar links,
[7] en zodat u zich niet inlaat met deze volken, deze hier die bij u overgebleven zijn. U mag niet aan de naam van hun goden denken en er niet bij laten zweren. U mag ze niet dienen en u er niet voor neerbuigen.
[8] Maar u moet zich aan deHEERE , uw God, vasthouden, zoals u tot op deze dag gedaan hebt.
[9] DeHEERE heeft immers grote en machtige volken van voor uw ogen verdreven. En wat u betreft: niemand heeft tegenover u stand kunnen houden tot op deze dag.
[10] Eén man uit u zal er duizend achtervolgen, want het is deHEERE , uw God, Zelf Die voor u strijdt, zoals Hij tot u gesproken heeft.
[11] Wees daarom, omwille van uw leven, zeer op uw hoede dat u deHEERE , uw God, liefhebt.
[12] Want als u zich op enigerlei wijze hiervan afkeert en u vastklampt aan de rest van deze volken, deze hier die bij u overgebleven zijn, en u huwelijksbanden met hen aangaat, en u zich met hen zult inlaten en zij met u,
[13] weet dan zeker dat deHEERE , uw God, niet zal doorgaan met het verdrijven van deze volken uit hun bezit van voor uw ogen. Maar zij zullen een strik en een val voor u zijn, een gesel op uw zijden en prikkels in uw ogen, tot u verdwenen bent uit dit goede land, dat deHEERE , uw God, u gegeven heeft.
[14] En zie, ik ga heden de weg van heel de aarde, en u weet met heel uw hart en met heel uw ziel dat er geen enkel woord van al de goede woorden die deHEERE , uw God, over u gesproken heeft, onvervuld gebleven is. Alles is uitgekomen voor u, geen enkel woord ervan is onvervuld gebleven.
[15] En zoals al die goede dingen u overkomen zijn, die deHEERE , uw God, tot u gesproken heeft, zo zal het ook gebeuren dat deHEERE al die kwade dingen over u zal laten komen, totdat Hij u weggevaagd heeft uit dit goede land, dat deHEERE , uw God, u gegeven heeft.
[16] Als u het verbond van deHEERE , uw God, dat Hij u geboden heeft, overtreedt, en andere goden gaat dienen en u daarvoor neerbuigt, dan zal de toorn van deHEERE over u ontbranden en zult u spoedig verdwenen zijn uit het goede land dat Hij u gegeven heeft.