Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 4:20

[1] Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen,

[2] en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

[3] Maar ontucht en alle onreinheid of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het heiligen past,

[4] en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging.

[5] Want dit weet u, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.

[6] Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid.

[7] Wees dan hun metgezellen niet.

[8] Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht

[9] – want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid –

[10] en beproef wat de Heere welbehaaglijk is.

[11] En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.

[12] Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen.

[13] Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht.

[14] Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

[15] Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen,

[16] en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn.

[17] Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is.

[18] En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest,

[19] en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart,

[20] en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus.

[21] Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.

[22] Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere,

[23] want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam.

[24] Daarom, zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.

[25] Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven,

[26] opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord,

[27] opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.

[28] Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.

[29] Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente.

[30] Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente.

[31] Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn.

[32] Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.

[33] Kortom, ook u moet, ieder in het bijzonder, uw eigen vrouw net zo liefhebben als uzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

Efeziërs — Chapters