Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 4:26

[1] Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

[2] Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,

[3] want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.

[4] Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

[5] Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.

[6] Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen.

[7] In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, toen u in die dingen leefde.

[8] Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.

[9] Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,

[10] en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.

[11] Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.

[12] Kleedt u zich dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.

[13] Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.

[14] En kleedt u zich boven alles met de liefde, die de band van de volmaaktheid is.

[15] En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.

[16] Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.

[17] En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.

[18] Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het behoort in de Heere.

[19] Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet verbitterd tegen haar.

[20] Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Heere.

[21] Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

[22] Slaven, wees in alles uw aardse heren gehoorzaam, niet met ogendienst als om mensen te behagen, maar oprecht van hart, in het vrezen van God.

[23] En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen,

[24] in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus.

[25] Maar wie onrecht doet, zal het onrecht dat hij gedaan heeft, terugkrijgen; en er is geen aanzien des persoons.

Kolossenzen — Chapters