Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 2:06

[1] Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen,

[2] voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.

[3] Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker,

[4] Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.

[5] Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.

[6] Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen. Dit is het getuigenis op de door God bestemde tijd.

[7] Daartoe ben ik aangesteld als prediker en apostel ( ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), als een leraar van de heidenen in geloof en waarheid.

[8] Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.

[9] Evenzo wil ik dat de vrouwen zich tooien met eerbare kleding, ingetogen en bezonnen, niet met het vlechten van het haar of met goud of parels of kostbare kleren,

[10] maar met goede werken, wat bij vrouwen past die belijden godvrezend te zijn.

[11] Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid.

[12] Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.

[13] Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

[14] En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

[15] Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid.

1 Timoteüs — Chapters