Skip to content
Opens in a new window
Listen to this chapter • 4:06

[1] Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft.

[2] Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht.

[3] Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.

[4] Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.

[5] U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.

[6] Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn.

[7] Want zij die slapen, slapen 's nachts en zij die dronken zijn, zijn 's nachts dronken.

[8] Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.

[9] Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus,

[10] Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven.

[11] Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet.

[12] En wij vragen u, broeders, hen te erkennen die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heere en u terechtwijzen,

[13] en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Leef in vrede met elkaar.

[14] En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben.

[15] Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen.

[16] Verblijd u altijd.

[17] Bid zonder ophouden.

[18] Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.

[19] Blus de Geest niet uit.

[20] Veracht de profetieën niet.

[21] Beproef alle dingen, behoud het goede.

[22] Onthoud u van elke vorm van kwaad.

[23] En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.

[24] Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.

[25] Broeders, bid voor ons.

[26] Groet alle broeders met een heilige kus.

[27] Ik bezweer u bij de Heere dat deze brief aan alle heilige broeders voorgelezen wordt.

[28] De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.

1 Tessalonicenzen — Chapters